De bezoldigingstheorie: terug van (nooit) weggeweest
Spartax Comm V
 

De bezoldigingstheorie: terug van (nooit) weggeweest

De voorbije maanden verscheen veel negatieve rechtspraak over de bezoldigingstheorie.

 

Zoals reeds toegelicht in onze nieuwsbrief van 10 mei 2019 houdt het basisprincipe van de bezoldigingstheorie in dat, wanneer een zaakvoerder de kosteloze terbeschikkingstelling verkrijgt van een onroerend goed vanwege de vennootschap (als een voordeel van alle aard), de vennootschap moet verantwoorden waarom de zaakvoerder recht heeft op deze bezoldiging. Dit is vooral een fiscaal verhaal, waarbij de aftrekbaarheid van de gemaakte kosten in hoofde van de vennootschap staat of valt met deze verantwoording.

 

Op basis van de negatieve rechtspraak zou men – al te kort door de bocht – kunnen besluiten dat een zaakvoerder zijn vennootschap niet als een fiscale speeltuin mag gebruiken, waarin private kosten naar hartenlust afgetrokken kunnen worden van de belastingfactuur.

 

Het is immers niet zo dat een bezoldiging (zij het in speciën, zij het in natura) automatisch aftrekbaar is in hoofde van de betalende vennootschap. Zij moet kunnen bewijzen dat er tegenover een bezoldiging reële prestaties staan en dat de bezoldiging in verhouding staat tot de prestaties die de zaakvoerder levert.

 

 

Recent arrest Hof van beroep stelt enkele principes scherp


 

Spartax Comm V

Kalkhoevestraat 10
8790 Waregem (tweede kantoor te Antwerpen)
https://www.spartax.be
robin.messiaen@spartax.be

facebook twitter googleplus linkedin pinterest instagram youtube